A: Goedemiddag kapper, welk een weer vandaag!
K: Zeker, de lente komt misschien gestaag.
A: 'Misschien' zegt u? Het zal zéker komen.
Het hoort zo immers, behalve in dromen.
K: Daar heeft ge gelijk in, ik was het vergeten.
Heb ik u trouwens reeds welkom geheten?
A: Nee nog niet, ben ik bang,
maar ach, het is ook niet zo van belang.
K: Inderdaad, ook dat is waar.
Maar nu ter zakem hoe wilt u uw haar?
A: ach kapper, er mag wel een heel groot stuk vanaf,
dit lange haar wordt toch wat te maf.
K: geknipt, of liever geschoren?
Het haar er voor of vrije oren?
A: Ach kapper, doe maar wat, het is mij om het even:
K: wat zullen we nu beleven?
A: Wat ik wil, wee'k niet precies,
als ik maar heel veel haar verlies.
K: Dan knip ik maar, maar je moet wel spreken,
als het niet goed is, mij onderbreken.
A: Is goed, hoor, kapper, doe wat u wil.
Als het niet goed gaat, geef ik een gil.
Na tien minuten reeds
was de kapper klaar.
appels ouders zeiden steeds
'veel beter nu, je haar'
Groetjes,
Appel
|